Is de wegbeheerder aansprakelijk
In bepaalde gevallen is de wegbeheerder aansprakelijk voor gebreken aan de weg die gevaar inhouden voor de weggebruiker bij normaal weggedrag, als dat gevaar tot schade leidt. Bijvoorbeeld een gat in de weg of een plotseling obstakel op het fietspad.
De wegbeheerder is de instantie die verantwoordelijk is voor de aanleg en het onderhoud van de weg en de weguitrusting. Bij openbare wegen zijn dit het Rijk, de Provincie, de gemeente of het Waterschap (of Hoogheemraadschap).
De wegbeheerder is aansprakelijk voor gebreken aan de weg die bij normaal weggedrag een gevaar en een risico op schade opleveren voor de weggebruiker. Bijvoorbeeld een gat in de weg of een obstakel op het fietspad.
Alleen als het gebrek vlak vóór het ongeval geheel onverwacht is ontstaan en de wegbeheerder nog geen redelijke kans heeft gehad om het gebrek te herstellen, dan is de wegbeheerder niet aansprakelijk. Bijvoorbeeld een brug die instort bij een aanvaring door een schip.
Niet altijd aansprakelijk
De aansprakelijkheid van de wegbeheerder betekent niet dat elke voetganger die over een boomwortel of stoeptegel struikelt bij de gemeente kan aankloppen. Het onderhoud wordt volgens het beschikbare budget gedaan. Daarom kan de wegbeheerder niet elke dag, elk uur alle wegen controleren. De wegbeheerder kan soms aansprakelijkheid vermijden door tijdig en voldoende te waarschuwen voor het gevaar. Het moet de weggebruiker dan wel duidelijk zijn welk risico hij loopt als hij de waarschuwing negeert. Ligt er door wegwerkzaamheden grit (losse steentjes en zand) in de bocht? Dan volstaat een maximumsnelheidsbord niet en moet er ook een waarschuwingsbord voor slipgevaar bijgeplaatst worden.
Bewijslast
Het slachtoffer moet zelf bewijzen dat er een gevaarlijk gebrek was en dat hij daardoor schade heeft geleden. De wegbeheerder moet tegenbewijs leveren, namelijk dat:
1. het slachtoffer de weg niet met de normale voorzichtigheid heeft gebruikt (bijvoorbeeld te hard heeft gereden) óf
2. hij de schade absoluut niet kon voorkomen (bijvoorbeeld vandalen die net een bloembak over de weg hebben gekanteld) óf
3. dat hij niet het geld of de middelen heeft om nog meer te controleren en onderhoud te plegen (bijvoorbeeld opschietende boomwortels in grote bosrijke gemeenten). De gemeente moet dan wel waarschuwen als zij het kunnen weten, maar het niet op korte termijn kunnen verhelpen.
Gladheid / mist / olie op de weg
Gladheid, mist en olie vormen niet een gebrek aan de weg waarvoor de wegbeheerder aansprakelijk is. Dat kan het soms wel worden als de wegbeheerder, waar dat mogelijk is, nalaat tijdig te waarschuwen of maatregelen te nemen. Zo kan het zijn dat metingen aan het wegdek uitwijzen dat het wegdek te glad is door slijtage. Als er dan geen maatregelen worden getroffen om het verkeer te waarschuwen, kan dat ook aansprakelijkheid opleveren.
Bij gladheid door weersomstandigheden of olie op het wegdek spelen twee zaken een belangrijke rol:
1. Wat kon de weggebruiker weten en verwachten, en heeft hij daarmee voldoende rekening gehouden? Als iemand ondanks waarschuwingen voor ijzel de weg op gaat, neemt men zelf het risico. Als het overduidelijk glad is, en men past de snelheid niet aan, geldt dat ook.
2. Had de wegbeheerder op de hoogte moeten zijn en had hij al kunnen waarschuwen of andere maatregelen kunnen nemen? Bijvoorbeeld een brug is elke winter op een onverwacht moment glad, ook zonder gladheidwaarschuwing vooraf. De weggebruiker kan verder op de weg daarvan niets merken. Dan moet er tenminste een waarschuwingsbord geplaatst worden. Ander voorbeeld: er heeft een aanrijding plaatsgevonden waardoor olie op de weg is gevloeid. Hoewel de politie erbij is geweest, is die olie niet meteen verwijderd, of ervoor gewaarschuwd.